Huurrecht

Zowel als privé persoon als ondernemer is de kans groot dat je met het huurrecht te maken krijgt.

Wanneer je een woning of een bedrijfspand huurt of verhuurt kom je uiteindelijk vragen tegen over huurprijs en aanpassingen daarvan, kosten van onderhoud, vervuilde grond, opzegging en oplevering, uitleg van contractsbepalingen en bijvoorbeeld indeplaatsstelling en contracts-overname.

 

Daarbij komen begrippen ter sprake zoals "natrekking", (on-)zelfstandige woonruimte, art 7: 290 bedrijfsruimte waarbij na contractsduur de huur van vergelijkbare bedrijfspanden wordt bekeken en ook geliberaliseerde woonruimte. 

Bij art. 7: 230a BW bedrijfsruimte kan een huuraanpassing eigenlijk slechts na het aanbrengen van "verbeteringen" naar aanleiding van gemeentelijke aanschrijvingen.

 

Ik begeleid bij het interpreteren en schrijven van brieven, bij het voeren van gesprekken en onderhandelingen en ik procedeer  bij de Sector Kanton van de Rechtbanken en ook de Huurcommissie.

 

Bemiddeling door makelaars bij huur.

Bij de krappe woningmarkt van tegenwoordig kom je vaak makelaars tegen die de huurder courtage vragen bij het afsluiten van een huurcontract. Hoe zat het ook alweer?

 

Bij de bemiddeling van woonruimte spelen twee wettelijke regelingen een grote rol. Dat zijn artikelen 7:264 BW en 7:417 BW.

Onredelijk voordeel (artikel 7:264 BW)

 

Artikel 7:264 BW ziet op onredelijke kosten die de huurder bij de totstandkoming van de huur moet betalen aan de verhuurder of aan derden (bijvoorbeeld een verhuurmakelaar). Dit artikel beoogt misstanden bij het aangaan van huurovereenkomst van woonruimte tegen te gaan. De praktijk laat zien dat de huurder zich hierop kan beroepen als hij sleutelgeld moet betalen, als hij een te hoge overnamesom moet betalen en bij te hoge verhuurkosten. Maar het artikel kan ook van toepassing zijn op aan verhuurmakelaars te betalen courtage. De wet waakt ervoor dat de courtage in een redelijke verhouding staat tot het nut dat de huurder heeft gehad van de dienstverlening van de verhuurmakelaar.

Verbod tweezijdige courtage (artikel 7:417 BW)

 

Artikel 7:417 BW geeft een regeling die erop neerkomt dat, indien de verhuurmakelaar tegen betaling van courtage een bemiddelingsovereenkomst met de verhuurder aangaat, de verhuurmakelaar ook een bemiddelingsovereenkomst met de huurder mag sluiten, maar van hem geen courtage mag ontvangen. Doet hij dat toch, dan kan de huurder de eventueel betaalde courtage terugvorderen. Dit verbod van tweezijdige courtage geldt alleen indien de huurder een consument is. Als de opdrachtgever aan huurderszijde bijvoorbeeld een bedrijf is, dat voor zijn werknemer(s) woonruimte zoekt, geldt het verbod dus niet. Het verbod geldt ook niet bij bemiddeling voor onzelfstandige woonruimte.